Doe-het-zelf & Verbouwen

Zo pak je de verbouwing van een kluswoning slim aan

· 6 min leestijd

Steeds meer Nederlanders kiezen bewust voor een huis dat nog niet af is. Geen showroomwoning met alles al gedaan, maar een pand met scheve deuren, een oude keuken en een fundering die om aandacht vraagt. Onderzoek laat zien dat inmiddels bijna één op de vijf Nederlanders openstaat voor de aankoop van een kluswoning, met de hoogste interesse onder mensen met een hoger inkomen en opleidingsniveau. De reden is simpel: een verbouwing financier je vaak via de hypotheek, waardoor je meteen kunt bouwen aan het huis dat je wilt, zonder eerst jarenlang te sparen.

Toch is een kluswoning kopen iets anders dan een huis kopen dat al klaar is. Je koopt niet alleen stenen, je koopt ook een project. Wat komt daar in de praktijk bij kijken, en waar zit het verschil tussen een verbouwing die zich terugverdient en eentje die je portemonnee leegtrekt?

Waarom de kluswoning weer terrein wint

Een paar jaar geleden gold de instapklare woning als de heilige graal. Nu zie je een kentering. Kopers zijn kritischer geworden op prijs, energielabel en onderhoudsstaat, en dat werkt juist in het voordeel van een pand dat je zelf naar je hand kunt zetten. Wie een kluswoning koopt, betaalt in veel gevallen minder per vierkante meter dan voor een vergelijkbaar afgewerkt huis, en heeft daarna de vrijheid om precies te kiezen wat er gebeurt: van indeling tot isolatie.

Er zit ook een praktische kant aan. Een hypotheekverstrekker telt de verbouwingskosten vaak mee in de financiering, mits je een realistische begroting en een aannemersofferte kunt overleggen. Daardoor hoef je niet eerst een spaarpot op te bouwen voordat je aan de nieuwe keuken kunt beginnen. Wie toch twijfelt over de keuken, kan zich eerst laten inspireren door de terugkeer van donkere keukens, een van de populairdere keuzes bij verbouwingen dit jaar.

Wat je checkt voordat je tekent

De aantrekkelijke vraagprijs van een kluswoning zegt weinig over wat er onder de motorkap zit. Laat altijd een bouwkundige keuring uitvoeren voordat je een bod uitbrengt, en laat die keuring specifiek kijken naar drie dingen: de fundering, het dak en de staat van de leidingen. Scheurvorming, vochtplekken en verouderde bedrading zijn de posten die een begroting het snelst laten ontsporen, omdat je ze vaak pas ziet zodra de vloer eruit ligt of het pleisterwerk van de muur komt.

Vraag ook naar het bouwjaar en eventuele eerdere verbouwingen. Een huis uit de jaren zeventig heeft andere aandachtspunten dan een pand van voor de oorlog, vooral als het gaat om asbest. Bij twijfel: laat een asbestinventarisatie uitvoeren voordat je gaat slopen. Dat kost een paar honderd euro, maar voorkomt een saneringsrekening die je begroting in één keer kan verdubbelen.

Een begroting die klopt, niet een die je hoopt dat klopt

De meeste tegenvallers bij een verbouwing zitten niet in de grote posten, maar in de kleine dingen die je vergeet: aansluitkosten, afvoer van sloopmateriaal, tijdelijke huisvesting als de badkamer wekenlang buiten gebruik is. Nibud adviseert daarom om altijd een buffer van vijf tot tien procent boven op je begroting aan te houden voor onvoorziene kosten, en dat is bij een kluswoning eerder de ondergrens dan de bovengrens. Nibud raadt aan om pas een lening af te sluiten nadat je een offerte van een aannemer hebt, zodat je met echte cijfers rekent in plaats van een schatting uit je hoofd.

Maak daarnaast onderscheid tussen wat structureel moet gebeuren en wat cosmetisch is. Een lekkende fundering repareer je nu, een nieuwe trapbekleding kan ook nog volgend jaar. Zulke afwerkklussen, zoals het opknappen van een trap, kun je prima faseren zodra het casco op orde is en de rest van je budget niet meer onder druk staat.

Vergunningvrij klussen versus een omgevingsvergunning

Niet elke verbouwing vraagt om toestemming van de gemeente. Interne verbouwingen die de draagconstructie niet raken, zoals een nieuwe badkamerindeling of het verwijderen van een niet-dragende wand, zijn meestal vergunningvrij. Zodra je aan de buitenkant van het huis wilt bouwen, een dakkapel plaatst of een dragende muur doorbreekt, kom je al snel bij een omgevingsvergunning terecht. Check dit vooraf bij je gemeente, want een verbouwing die achteraf niet blijkt te voldoen kan je dwingen om werk terug te draaien.

Bij een monumentaal pand of een woning in een beschermd stadsgezicht gelden extra regels, zelfs voor werk dat elders vergunningvrij zou zijn. Reken hier bewust extra tijd voor in je planning, want de doorlooptijd van een vergunningaanvraag kan zomaar acht tot twaalf weken bedragen.

Zelf doen of uitbesteden

De grootste besparing bij een kluswoning zit vaak in het werk dat je zelf uitvoert. Slopen, sauzen en simpel tegelwerk kun je met een beetje instructie prima zelf aanpakken. Voor installatiewerk, zoals elektra en loodgieterswerk, geldt het omgekeerde: laat dit altijd door een gecertificeerd vakman doen. Niet alleen vanwege de veiligheid, maar ook omdat een verzekering bij schade kan weigeren uit te keren als blijkt dat ondeskundig werk de oorzaak was.

Een goede vuistregel is om je eigen tijd te waarderen op wat je er per uur mee bespaart, en dat te vergelijken met wat een vakman ervoor rekent. Bij grote klussen zoals een badkamer verbouwen loont het vaak om het ruwe werk uit te besteden en de styling zelf te doen. Zeker nu ronde vormen de badkamer binnendringen, is dat precies het soort detail waarmee je zelf het verschil maakt zonder dat het je een vakman kost.

Dit bepaalt of de verbouwing zich terugverdient

Niet elke euro die je in een kluswoning steekt, komt er bij verkoop ook weer uit. Structurele verbeteringen zoals een nieuwe fundering, isolatie en een modern energielabel leveren doorgaans het meeste rendement op, omdat kopers daar tegenwoordig bewust op letten. Puur cosmetische ingrepen zijn fijn om in te wonen, maar tellen minder zwaar mee in de waarde. Ga je een kluswoning kopen, denk dan niet alleen in stijl, maar ook in volgorde: eerst het casco, dan de installaties, en pas daarna de afwerking. Zo voorkom je dat je twee keer voor dezelfde muur staat, en houd je grip op een project dat anders makkelijk uit de hand loopt.

M
Geschreven door Merel Dijkstra Interieuradviseur & Schrijver

Merel studeerde interieurarchitectuur in Arnhem en groeide op in een gezin waar elk weekend naar de kringloop werd gegaan — niet uit noodzaak, maar uit passie. Die liefde voor tweedehands vondsten en slim stylen zit er nog steeds in. Ze schrijft over woonkamerindelingen, doe-het-zelfprojecten en duurzaam wonen met een stijlvol oog. Haar eigen huis is een mix van vintage meubels, veel planten en een bank waar iedereen meteen op wil ploffen. Ze gelooft dat een mooi interieur niet duur hoeft te zijn, maar wel doordacht.